Monsters van de Bovengrond, 2024
performance-lecture, with video, sound and narration (25 minutes)
Exhibition:
De Maand van de Geschiedenis, October 4th and 5th
How has the landscape and the soil of the former industrial site ’t Zoet evolved over the years? Have plants and animals managed to adapt to the polluted environment? Monsters of the Surface delves into these questions, leading the audience through layers of earth and history. Combining performance, archival material from the Breda City archive, and diverse perspectives (such as a factory worker and nettle), this project reveals the hidden stories embedded in the soil.
performance-lecture, with video, sound and narration (25 minutes)
Exhibition:
De Maand van de Geschiedenis, October 4th and 5th
How has the landscape and the soil of the former industrial site ’t Zoet evolved over the years? Have plants and animals managed to adapt to the polluted environment? Monsters of the Surface delves into these questions, leading the audience through layers of earth and history. Combining performance, archival material from the Breda City archive, and diverse perspectives (such as a factory worker and nettle), this project reveals the hidden stories embedded in the soil.
Monsters van de Bovengrond is created in collaboration with performer Bodine Sutorius, soil remediator Koen van Rens, soil specialist John Vegt, and the Breda City Archive.
This project is part of KOPlopers, an initiative by KOP that pairs artists with experts from different fields to create meaningful public experiences.
The project is supported by Maand van de Geschiedenis, ‘t Zoet, gemeente Breda, het Cultuurfonds and the Mondriaan fonds.
This project is part of KOPlopers, an initiative by KOP that pairs artists with experts from different fields to create meaningful public experiences.
The project is supported by Maand van de Geschiedenis, ‘t Zoet, gemeente Breda, het Cultuurfonds and the Mondriaan fonds.
Photos by Linsey Kuijpers, from the Breda City archive, and 2 fragments from the script:
“Het is 1856. De tot dan toe met uitbuiting doordrenkte, bitterzoete kristallen gewonnen in Brazilië en Suriname zullen vanaf nu geperst worden uit bieten die wortelen op onze eigen bodem. 131 bietenlossers verzamelen suikerbieten in manden. De vrouwen stoppen de manden zo vol mogelijk, want per mand krijgen zij betaald. Over loopplanken tillen ze de volle manden naar de wal. De klei van de bieten, de kalk waarmee ze schoongespoten worden, en de pesticiden die van hen afstromen, zakken steeds dieper weg in de zinkputten. De bieten stromen door ondergrondse gleuven, die nog steeds onder onze voeten liggen, naar de machines, waar hun zoete massa’s zich omvormen tot bergen suiker. Twee enorme silo’s, gevuld met spierwitte kristallen, torenen hoog boven de stad uit. De suikerbergen verrijzen als nieuwe bergen in het vlakke land, en de fabrieksarbeiders, als kleine figuren naast deze reuzen, steken hun stokken in de klonten. Lawines van suiker rollen omlaag, en een weelderige zoete geur vult de stad.”

“de hele dag sta ik hier, zo, boven de machine
niet te dichtbij het wiel
ik neem die bieten
schuif ze terug in de machine
leg ze neer
neem die bieten
schuif ze terug
het geeft je sterke armen
mijn vriendin had lang haar
vóórdat de machine kwam
het heeft ook mijn shirt opgegeten
de economie van beweging
alle bewegingen op automatische piloot
ik hoef bijna niet te kijken naar wat ik doe
roest is de enige bloem die hier groeit
een kruipend onkruid, corrosief
in deze bodem graven wormen zich in kronkelige gangen in,
en de stille chemieën van morgen plannen een nieuwe dag
ik heb brullende steden uit de grond zien rijzen en heuvels van steen en staal zien opkomen: de koffiebranderij, theepakkerij, backer en rueb, timmerwerkplaats, cacaofabriek, chocoladefabriek, en de kolenopslag.”


